interview

Luigi Bruins, coach van jong Rotterdam

Zijn loopbaan verliep niet vlekkeloos. Nadat hij bij Feyenoord weg moest, vond Luigi Bruins lange tijd geen andere club. Nu voetbalt hij met plezier bij Excelsior. En bovendien helpt hij jonge Rotterdammers om hun leven weer op de rit te krijgen. 


Luigi Bruins (31) helpt als coach jongeren om weer naar school te gaan of werk te zoeken. Hij doet dat samen met de organisatie Challenge Sports. Jongeren komen vier keer per week bij elkaar om te leren hoe ze stapje voor stapje richting school of werk kunnen groeien. Ook sporten ze met elkaar. Luigi: “Er zijn contacten met het bedrijfsleven; zij geven de jongeren een kans. Challenge Sports helpt jongeren ook met het schrijven van sollicitatiebrieven en ze geven tips. Bijvoorbeeld dat het niet slim is om op een sollicitatiegesprek in je trainingspak en met een cap op je hoofd te verschijnen.”


Sommige mensen zeggen over mensen zonder werk of opleiding: eigen schuld, dikke bult. Wat vind je daarvan?

“Iedereen heeft z’n verhaal. Er zullen vast mensen zijn die door hun eigen schuld in de problemen zijn gekomen. Maar er zijn ook jongeren die het thuis niet makkelijk hebben. Ze missen een ouder of hebben andere problemen. Daardoor hebben zee een bepaalde achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten.”


Wat is jouw advies aan hen?

“Ik luister naar hun problemen en als ik eenzelfde soort ervaring heb, vertel ik daar over. Ik kan niet zeggen: dit of dat moet je doen, maar het kan helpen dat ze weten dat ik ook mijn problemen heb. Ik had een tijd geen voetbalclub en dus ook geen salaris. Maar mijn vaste lasten, zoals mijn hypotheek, bleven wél gewoon doorlopen. Ik vond het in die periode lastig om mezelf op te laden. Als voetballer moet je altijd topfit zijn, ook al heb je geen voetbalclub. Want stel dat je ineens een contract krijgt, dan moet je wel fit zijn. Het was voor mij dus belangrijk om te blijven trainen. Maar ik had regelmatig momenten dat ik dacht: vandaag even niet. Het kwam wel voor dat ik dat elke dag dacht en een week niet trainde.”


Hoe ben je uit die situatie gekomen?

“Ik heb een oud-trainer en een vriend gevraagd om mij te helpen. Ik vond het niet lastig om hulp te vragen. Als coach adviseer ik jongeren ook om hulp te vragen, bijvoorbeeld bij de gemeente of instanties. Maar het is ook heel goed om een vriend of familielid te vragen om je te helpen. Ik merk dat de jongeren tegen professionele sporters op zien. Ze luisteren dus naar me. Ik heb nooit gehoord dat ik makkelijk praten heb. Mijn ouders hebben allebei werk, dus van huis uit weet ik niet wat het is om in armoede op te groeien. Maar ik ben niet op aarde gekomen en direct bij Excelsior terecht gekomen. Ik heb ook een weg met tegenslagen, problemen en voorspoed afgelegd. Of je nu voetballer of timmerman bent, iedereen heeft z’n problemen. Jongeren vragen mij ook weleens: wat was jouw grootste tegenslag?”


En?

“Mijn grootste tegenslag is dat ik twee keer geopereerd aan mijn hiel vanwege een grote blessure. Het voelde slecht, ik dacht op een gegeven moment dat het niet meer overging. Ik heb negen maanden in het gips in een rolstoel gezeten en kreeg huidtransplantatie. Niet leuk, maar het is zoals het is.”

Luigi Bruins werd op 9 maart 1987 geboren in Rotterdam. De middenvelder is actief voor de Rotterdamse voetbalclub Excelsior. Eerder speelde hij voor Feyenoord, Red Bull Salzburg en OGC Nice.

Hosanna

In een interview met Vice Sports vertelde Luigi dat op een gegeven moment het Feyenoord-publiek zich tegen hem keerde. “De supporters begonnen me uit te fluiten en te juichen als ik eruit ging. Het eerste jaar speelde ik op precies dezelfde manier en was het allemaal hosanna, maar daarna werden de reacties opeens heel anders. Nee, dat was niet leuk.”


Heb je iets van al deze ervaringen geleerd?

“Absoluut. Ik heb ervan geleerd dat je er niet van uit moet gaan dat alles vanzelf gaat. Ik dacht altijd: als je eenmaal bij een grote club hebt gespeeld, kun je daarna overal wel terecht. Maar toen ik weg moest bij Feyenoord, kon ik bij geen enkele andere club terecht. Dat is erg rot. Gelukkig wilde Excelsior mij uiteindelijk hebben. Ik kom daar al sinds mijn zesde jaar. Ik had als kind al een seizoenskaart en had er eerder gespeeld. Dus om daar weer te spelen, voelt erg vertrouwd.”


Inmiddels heb je zelf kleine kinderen. Hoe combineer je dat met het voetballen?

“Ik heb drie kinderen tussen de twee en acht jaar; een jongen en twee meisjes. Toen Nadine werd geboren, moest ik op dezelfde dag voetballen. Het was een spannende dag want ik wilde graag spelen én bij de geboorte zijn. Uiteindelijk kon het allebei. Drie kwartier voordat we moesten verzamelen, werd onze dochter geboren. De wedstrijd tegen De Graafschap was geen succes, maar ondanks dat kon mijn dag niet stuk.”


En wat vond je vrouw ervan dat je haar al zo snel na de bevalling alleen liet?

Lacht: “ Af en toe heeft ze het er over. Maar ja, bij de eerste twee kinderen zat ik 23 uur naast het bed.”

Tekst: Sjoerd Wielenga,  beeld: Jan de Groen.